O! Er is een man in de flat!
Mijn man komt zo thuis. Je moet gaan!
Ik haat hem!
Jammer. Ik zou een paar extra handen kunnen gebruiken.
Sorry, maar je moet nu gaan.
Laten we bij elkaar intrekken.
Mijn kinderen komen zo meteen terug van bij hun oma. Ik weet nu al dat ze dol zullen zijn op jou.